Go to content

Main menu:

Kinderdagverblijf de Boomgaard, een all-inclusive kinderdagverblijf in Noordwijkerhout


Reggio Emillia

Filosofie


Reggio Emilia,

Er is geen Reggiaanse methode; het is niet mogelijk om met verschillende culturen, medewerkers, kinderen etc. een blauwdruk te maken. Wel zijn er de speerpunten die de basis vormen voor het gedachtegoed van Reggio Emilia. Op dit moment proberen wij de Reggio methode een gestalte te geven binnen de Boomgaard.  Door studie, begeleiding en door het zelf te ervaren zullen we langzaamaan Reggio introduceren bij de Boomgaard.

De kindvisie van Reggio Emilia

De Reggio Emilia-visie is ontstaan in de Italiaanse stad Reggio Emilia. Na de Tweede Wereldoorlog is men, onder leiding van de pedagoog Loris Malaguzzi, gestart met crèches. De ouders wilden hun jonge kinderen een goede en positieve start geven na de ellende van de oorlog. De invloed van Malaguzzi bestond eruit dat hij de kinderen alle gelegenheid wilde geven om met elkaar dingen te maken, te doen en zich te uiten. Sinds 1964 zijn er in Reggio zo'n 33 centra voor jonge kinderen opgericht, allemaal met dezelfde bijzondere pedagogische visie. In de Reggio Emilia-visie wordt het kind gezien als een 'rijk' kind met, al vanaf de geboorte, vele mogelijkheden en talenten. Kinderen zijn in wezen al van jongs af aan bezig met leren, ze zijn nieuwsgierig en vol creativiteit, hebben hun eigen passies en zijn van nature uit op contact

Wat houdt kinderen bezig?

De genoemde visie op kinderen betekent in de praktijk onder meer dat de leid(st)ers op bij de Boomgaard de kinderen veel ruimte geven om dingen te ontdekken en om hun eigen weg te gaan: 'We vragen ons steeds weer af: Wat houdt de kinderen bezig, in plaats van dat we kinderen ‘bezighouden.' Om te ontdekken wat kinderen bezighoudt, kijkt en luistert de groepsleiding veel en goed naar de kinderen en noteren de leid(st)ers hun observaties. Op basis van deze observaties maken zij een plan waarmee ze inspelen op dat wat kinderen bezighoudt. Dat betekent niet dat zij voor iedere dag een (doe-)activiteit plannen, het plan kan bijvoorbeeld ook zijn dat een kind dat net zijn eerste stapjes zet, die dag specifiek geobserveerd wordt. Een plan komt in ieder geval altijd voort uit het verleden, dus uit dingen die eerder gezien en gehoord zijn.

Drie pedagogen

De reggio methode gaat uit van drie pedagogen
De kinderen zijn de eerste pedagoog. Zij leren het meest van elkaar.
Volwassenen zijn de tweede pedagoog. Zij zorgen voor de basisvoorwaarden zodat de ontwikkeling en mogelijkheden van kinderen gestimuleerd worden.
Materialen en ruimte zijn de derde pedagoog. De juiste materialen en inrichting van de ruimte moeten spelen mogelijk maken en kinderen uitlokken tot spel.

Documenteren

In de Reggio Emilia-aanpak worden heel veel gebeurtenissen en activiteiten van de kinderen gedocumenteerd. Dit gebeurt via verslagen en foto's en soms ook met film- of geluidsopnamen. Recente foto's krijgen een zichtbare plek in de groepsruimte, meestal toegelicht met een tekst. Op deze manier kunnen kinderen en ouders terugblikken op hun belevenissen en hebben de leid(st)ers concreet beeldmateriaal voorhanden om te reflecteren op hun werk.
Voor het fotograferen is het nemen van enige afstand noodzakelijk; tegelijk moet een leid(st)er in contact blijven met de kinderen. Soms is dat een hele kunst: een activiteit zoals kleien begeleiden, waarbij je de kinderen laat experimenteren met de klei en daar ook nog eens foto's van maakt. Het is dan ook nodig dat een leid(st)er bereid is om tijd te steken in het documenteren en er de waarde van inziet.

Samen op ontdekkingstocht

Als begeleid(st)er op een kindercentrum waar Reggio wordt toegepast  moet je uiteraard het bijbehorende kindbeeld onderschrijven. Dit betekent dat je uitgaat van een rijk, nieuwsgierig, leergierig en creatief kind dat uit is op communicatie met kinderen onderling, met de groepsleiding, met de ruimte en materialen. Het houdt niet in dat je de kinderen de hele tijd laat tekenen of schilderen. De creativiteit bij kinderen stimuleren betekent vooral ze de ruimte geven om zelf nieuwe dingen te ontdekken. Als je daarop let, dan zie je bijvoorbeeld dat kinderen heel druk kunnen zijn met een paar kasten en stoelen: ze maken er een trein van, een huis of een kring of weer iets anders. Het betekent ook dat je ze regelmatig (nieuwe) materialen aanbiedt, zoals klei of verf maar daarbij geef je geen vaste opdracht zoals 'we gaan nu allemaal een huis verven.

'Als begeleider moet je aan de zijlijn kunnen staan en een stapje achteruit kunnen doen. De creativiteit van kinderen stimuleren betekent onder meer dat jij niet voor ze gaat bedenken wat ze moeten doen, maar dat je ze zelf op ontdekkingstocht laat gaan en daarin als het ware met ze meereist.'

Wanneer wij activiteiten met de kinderen doen, gaan wij er vanuit dat kinderen van nature creatief zijn en dat hun creativiteit tot ontplooiing moet komen. Dit doen wij door uitdagende, verschillende materialen aan te bieden,  zoals verf en kleurpotloden, maar ook kosteloos materiaal, zoals stukjes wol, kurken of de veren die we buiten gevonden hebben. De kinderen maken iets waar zij op dat moment in hun belevingswereld mee bezig zijn.
 
 
 
 
 


Back to content | Back to main menu